De Urban Arrow – een met een elektromotor aangedreven supersonische lichtgewicht bak(kers)fiets – heeft tijdens de Eurobike 2010 in Friedrichshaven een van de 92 awards in de wacht gesleept. De Urban Arrow ontving de award in de categorie Familie(transport)fietsen. Er waren maar liefst 472 inzendingen. Urban Arrow is het enige Nederlandse fietsmerk met een inzending voor Eurobike 2010.
De Urban Arrow is gepositioneerd als substituut voor de tweede auto en gaat voor consumenten vermoedelijk tussen de 2500 en 3000 euro kosten. De fiets is ontworpen door Wytze van Mansum in opdracht van Jorrit ‘Kronan’ Kreek en Gerald ‘Fatboy’ van Weel. Het prototype is geproduceerd door Flevobike. De Urban Arrow wordt uitgevoerd met een modulair framesysteem waarmee je kan kiezen voor een bakkers – of een bakfiets en een zonne- en regenkap van de hand van ontwerpster Renske Solkesz.
Niets vermoedend winkelend met mijn dochter belandde ik onlangs in de Cool Cat. Ik geef het toe, mijn dochter heeft nog niet helemaal de Cool Cat leeftijd – ze is 5 – maar ze vindt het nu eenmaal een leuke, spannende winkel. ‘Wat staat hier papa?’ vroeg ze wijzend op het t-shirt op bijgaande foto. ‘Eet poesjes’, antwoordde ik. ‘Ik vinden poezen niet lekker’, zei ze en we vervolgde onze weg naar de IKKS voor een onvervalst potje Barbie-poezen-voetbal.
De Targeteers ontwikkelde samen met Wantid (Sander Frans) een campagne voor de lancering van een crossmediaal carriereplatform gericht op de nieuwe zorggeneratie: Baanbreker Zorg en Welzijn.
Met een sterk verbeterde website (www.baanbrekerzorg.nl, gebouwd door Ocen in Breda), zeven regionale jaargidsen, een landelijke verspreidde studieagenda en groepen op Hyves, Linkedin en Facebook biedt Baanbreker Zorg en Welzijn de nieuwe zorggeneratie een crossmediaal carrièreplatform met presentaties van instellingen en opleidingen, vacatures, stages, opleidingen, een match -en alertservice, ruimte voor discussie, nieuws, kennisvergaring,- deling en -verspreiding.
Publiciteitsoffensief
Om de nieuwe zorggeneratie te informeren start eind maart een publiciteitsoffensief met affiches, flyers en vacaturewidgets. Alle scholen en opleidingen die ook de jaargidsen en studieagenda’s van Baanbreker Zorg en Welzijn verspreiden, werken mee aan de campagne. Door middel van een verlotingsactie worden studenten en middelbare scholieren gestimuleerd de nieuwe website te bezoeken en zich aan te melden met een profiel. Tot en met het einde van het jaar wordt elke maand een IPOD TOUCH verloot onder nieuw aangemelde kandidaten op de website.
. Doelstellingen
De campagne heeft in eerste instantie tot doel MBO en HBO studenten zorg en welzijn en middelbare scholieren die graag in deze sectoren zouden willen werken een profiel te laten aanmaken op www.baanbrekerzorg.nl . Met een profiel kunnen zij automatisch worden gekoppeld aan instellingen en scholen en hun vacature -, stage – en opleidingenaanbod. Naast deze matchservice wil Baanbreker Zorg en Welzijn met het platform een bijdrage leveren aan een (nog) beter imago van de zorg – en welzijnssector, discussie en kennisdeling stimuleren en mede een bijdrage leveren aan de oplossing van het probleem van het groeiende personeelstekort in de zorg -en welzijnsector.
Baanbreker Zorg en Welzijn
Baanbreker Zorg en Welzijn richt zich primair op (laatstejaars)studenten aan zorg – en welzijnsopleidingen op MBO en HBO niveau, middelbare scholieren en professionals uit andere sectoren die plannen hebben om in deze sectoren te gaan werken (BOL en BBL). Baanbreker Zorg en Welzijn omvat:
een jaargids bestaande uit 7 regionale edities met presentaties van instellingen en opleidingen;
een landelijk verspreide studieagenda;
een website met vacatures, stages, het opleidingenaanbod en een match – en alertservice;
groepen op Hyves, Linkedin en Facebook.
De regionaal verspreide jaargids en studieagenda is voor studenten gratis beschikbaar op maar liefst 120 opleidingen in Nederland. Baanbreker Zorg en Welzijn bestaat reeds 10 jaar.
De Targeteers ontwikkelde samen met het Geldmuseum in Utrecht de communicatie – en mediastrategie voor een campagne ter promotie van de tijdelijke collectietentoonstelling EyeCatchers. Het resultaat is in het januarinummer 2010 van Linda Magazine – dat op 16 december verschijnt – te zien. Doelstelling van de campagne is om het Geldmuseum en in het bijzonder de numismatiek van zijn stoffige imago te ontdoen. Hiervoor werd exclusief voor Linda Magazine een 6 pagina insert ontworpen in samenwerking met Studio Anneke Krull. Wendelien Daan tekende voor de fotografie. Naast een insert werd door hetzelfde team een glossy geproduceerd waarin de belangrijkste 100 objecten uit de tentoonstelling zijn opgenomen. Voor Linda Magazine werd gekozen vanwege het grote bereik in een aantal voor deze tentoonstelling relevante publieksgroepen en het kwalitatieve umfeld dat deze titel biedt. Natuurlijk wordt met de inzet van deze glossy ook ingespeeld op een verrassingseffect. EyeCatchers is nog tot en met het eind 2010 te zien. Het Geldmuseum biedt naast tijdelijke tentoonstellingen, een geweldige interactieve en multimediale vaste presentatie waarin antwoorden worden gevonden op de dubbele vraagstelling ‘wat doen mensen met geld, wat doet geld met mensen?’ Deze vaste vaste presentatie is zowel voor kinderen vanaf 12 jaar als volwassenen erg leuk om te bezoeken.
Recent onderzoek van Mediaxplain* en Adrime toont aan dat slechts 48% van de bannervertoningen zorgt voor alle conversies. Het effect dat dit beperkte deel van de inzet in een campagne daarmee realiseert ligt sterk boven de voorheen aangenomen standaard. De uitkomsten uit dit onderzoek onderstrepen het belang om de resultaten van online advertentiecampagnes te blijven optimaliseren door zowel exploitant als de adverteerder. Tot op heden wordt een deel van de online bannering pas zichtbaar na het scrollen, maar worden deze uitingen wel altijd geteld als vertoning. Deze banners werden door de bezoekers echter lang niet altijd gezien. In het onderzoek, dat op basis van de online campagnes van een energieleverancier in 2009 tot stand is gekomen, werd gemeten hoe lang de online uitingen in beeld zijn geweest en of de uitingen überhaupt vertoond werden aan de bezoeker. Het bleek dat slechts 48% van de ingekochte vertoningen op de verschillende sites ook daadwerkelijk gezien is.Marc Arnold van Mediaxplain* legt uit: ‘Dit onderzoek onderstreept dat de benchmark van 0,3% clickratio per campagne, die al jarenlang als standaard geldt, in principe zou kunnen en moeten worden verhoogd naar 0,6%. Wanneer er teruggerekend wordt naar daadwerkelijke kosten per echte vertoning, leidt dit ook tot een kostenreductie van 52% per klik en, het belangrijkst, een extreme daling van de kosten per acquisitie via het internet’. De uitkomsten rechtvaardigen de toenemende inkoop op basis van clicks door mediabureaus, maar tegelijkertijd blaast het CPM, de inkoop op basis van vertoningen, een nieuw leven in. Het inkopen van impressies wordt dus minder interessant, maar het kopen van echte zichtbaarheid des te meer. De partijen die het onderzoek hebben opgezet verwachten dat exploitanten en mediabureaus dit kunnen aangrijpen als een kans. Zij kunnen door een betere zichtbaarheid van campagnes de campagnes op relatief eenvoudige wijze sterk gaan verbeteren. Hierdoor stijgt het resultaat van online advertising in het algemeen en die op CPM-basis in het bijzonder.
Visibility-onderzoek Al langer is bekend wat bezoekers beweegt op het internet, waar ze klikken en hoe ze converteren. Mediaxplain* heeft de campagne van de energieleverancier echter aangegrepen om nog dieper op dit bezoekgedrag in te gaan en het effect van online campagnes te meten. Voor deze analyse werd Adrime benaderd en gevraagd voor de eerste maal voor een mediabureau een visibility-onderzoek uit te voeren. In het onderzoek werd nauwkeurig gemeten hoeveel procent van de banners daadwerkelijk getoond is aan de bezoeker. Daarbij is de aanname gedaan dat een visibility tussen de 50% en 100% van de banner ‘volledig’ te noemen is. In drie weken tijd werden ruim 2 miljoen impressies geanalyseerd over drie verschillende grote netwerken.
Tienjarig Baanbreker Zorg en Welzijn richt zijn pijlen op doelgroepen via nieuwe en oude media.
Met ingang van vandaag richt Baanbreker Zorg en Welzijn zich tot de nieuwe zorggeneratie. Deze nieuwe zorggeneratie is creatief, ondernemend, innovatief en heeft (een latente) affiniteit met techniek.
Met een sterk verbeterde website (www.baanbrekerzorg.nl), zeven regionale jaargidsen, een landelijke verspreidde studieagenda en groepen op Hyves, Linkedin en Facebook biedt Baanbreker Zorg en Welzijn de nieuwe zorggeneratie een crossmediaal carrièreplatform met presentaties van instellingen en opleidingen, vacatures, stages, opleidingen, een match -en alertservice, ruimte voor discussie, nieuws, kennisvergaring,- deling en -verspreiding.
Publiciteitsoffensief
Om de nieuwe zorggeneratie te informeren start eind maart een publiciteitsoffensief met affiches, flyers en vacaturewidgets. Alle scholen en opleidingen die ook de jaargidsen en studieagenda’s van Baanbreker Zorg en Welzijn verspreiden, werken mee aan de campagne. Door middel van een verlotingsactie worden studenten en middelbare scholieren gestimuleerd de nieuwe website te bezoeken en zich aan te melden met een profiel. Tot en met het einde van het jaar wordt elke maand een IPOD TOUCH verloot onder nieuw aangemelde kandidaten op de website.
Doelstellingen
De campagne heeft in eerste instantie tot doel MBO en HBO studenten zorg en welzijn en middelbare scholieren die graag in deze sectoren zouden willen werken een profiel te laten aanmaken op www.baanbrekerzorg.nl. Met een profiel kunnen zij automatisch worden gekoppeld aan instellingen en scholen en hun vacature -, stage – en opleidingenaanbod. Naast deze matchservice wil Baanbreker Zorg en Welzijn met het platform een bijdrage leveren aan een (nog) beter imago van de zorg – en welzijnssector, discussie en kennisdeling stimuleren en mede een bijdrage leveren aan de oplossing van het probleem van het groeiende personeelstekort in de zorg -en welzijnsector.
Baanbreker Zorg en Welzijn
Baanbreker Zorg en Welzijn richt zich primair op (laatstejaars)studenten aan zorg – en welzijnsopleidingen op MBO en HBO niveau, middelbare scholieren en professionals uit andere sectoren die plannen hebben om in deze sectoren te gaan werken (BOL en BBL). Baanbreker Zorg en Welzijn omvat:
een jaargids bestaande uit 7 regionale edities met presentaties van instellingen en opleidingen;
een landelijk verspreide studieagenda;
een website met vacatures, stages, het opleidingenaanbod en een match – en alertservice;
groepen op Hyves, Linkedin en Facebook.
De regionaal verspreide jaargids en studieagenda is voor studenten gratis beschikbaar op maar liefst 120 opleidingen in Nederland. Baanbreker Zorg en Welzijn bestaat reeds 10 jaar.
Tijdens Kom je ook 2 – een serie inspirerende symposia georganiseerd door Mediamatic over innovatie en participatie in kunst, cultuur en erfgoed onder meer door inzet van de social web – gistermiddag in de Hermitage te Amsterdam werd het maar weer eens te meer duidelijk: Nederlandse musea zijn lui als het gaat om de inzet van de vele mogelijkheden die Web 2.0 biedt. ‘We hebben geen geld om de kennis over Web 2.0. te vergaren danwel in te kopen’, riep iemand. ‘We zijn hier nog niet aan toe’, riep een ander. ‘Is alle ophef over Web 2.0 wel terecht?’
Social webdesigner Frankie Roberto liet in zijn keynote een aantal prachtige voorbeelden zien van online platforms waar musea met hun content (lees: collecties en verhalen) kunnen aanhaken om zo nieuwe doelgroepen aan te spreken en verbindingen te creeeren tussen musea en hun collecties onderling. Even een paar voorbeelden, sommige zijn nog in de betafase: Creative Spaces, Art Babble, Free Base, What Do They Know. Natuurlijk kwam ook Wikimedia Commons aan de orde. Een andere presentatie ging over het project wikilovesart/nl, een project dat in Nederland is gedaan om onder meer de commonslicentie te promoten, bezoekerparticipatie en de interactie tussen musea onderling te bevorderen. Hoewel een succesvol project, sprak Paul Keller – een van de mensen betrokken bij Creative Commons Nederland – toch zijn teleurstelling uit over het inactieve beleid van Nederlandse musea ten aanzien van het onsluiten van kennis en collecties via wikipedia.
Het was het een inspirerend evenement. De vraag is natuurlijk wel, welk effect dit soort evenementen heeft op het gedrag van de museumwerknemer. Mijn ervaring is dat de marketing- en communicatieafdelingen van musea wel zin hebben in Web 2.0 en bereid zijn ermee te experimenteren. Maar ja die gaan natuurlijk niet over de inhoud. Het knelpunt zit ‘m bij de conservatoren, onderzoekers en curatoren, die moeten er ook zin in hebben. Deze groep was gistermiddag zwaar ondervertegenwoordigd. Misschien een idee voor de volgende keer: richt je evenement helemaal op de conservator, onderzoeker en curator. Laat deze groep eens uit zijn archieven komen en achter zijn stapel boeken vandaan en in het daglicht stappen van de wondere wereld van Web 2.0.